Vadertje Tijd
Gisteren was het vierentwintig jaar geleden. Mijn vader ging op een zonnige zaterdagmiddag schaatsen en zakte door het ijs. Op mijn middelbare school ging geloof ik het verhaal dat hij als held gestorven is omdat iemand anders door het ijs zakte en hij diegene probeerde te redden. Dat is helaas niet zo. Hij was helemaal alleen. Dat was juist ook het stomme.
Ik was op de dag af vier maanden oud en meteen voor de rest van mijn leven Nabestaande. Niet dat je daar in het dagelijks leven veel van merkt. Wat je niet kent mis je niet, zeker niet als kind. Tot ongeveer mijn twintigste vond ik het feit dat ik het iedere keer weer moest uitleggen, en dat ik dan van die ongemakkelijke dit-is-zo-erg-dat-ik-totaal-niet-weet-wat-ik-moet-zeggen-reacties kreeg, het vervelendste. Wel schreef ik hem een aantal jaar brieven. Vol met pubergezeik, dat dan weer wel. Ik vond het fijner dan een dagboek omdat ik me kon inbeelden dat er ergens misschien toch iemand luisterde.
Maar hoe ouder ik word, hoe meer ik over mijn vader ga nadenken. Het is toch een gemis. Niet zo zeer van een vaderfiguur, maar van een persoon. Ik wil zo graag weten wat voor iemand hij was. Ik zou zo graag eens met hem willen praten, hem leren kennen. Ik heb nu een beeld dat is samengesteld uit foto's en verhalen. Ik kan hem idealiseren zoveel ik wil en hem allemaal goede eigenschappen toedichten, en vervolgens roepen dat ik die heb geërfd.
Maar wat me de laatste tijd het allermeest verwondert, is hoe hij steeds verder weg begint te raken in de tijd. Dat besef begon toen ik met Berend Das Leben der Anderen zat te kijken en me opeens realiseerde dat mijn vader de val van de Muur nooit had meegemaakt. Het sloeg in als een bom. In de wereld zoals hij die kende bestond Duitsland nog uit Oost en West. Voor mijn gevoel is dat onvoorstelbaar lang geleden. Iets uit de geschiedenisboekjes.
In de wereld zoals hij die kende was net de eerste pinautomaat geïntroduceerd. Het digitale horloge was een hippe gadget. Computers waren bijna nog veredelde rekenmachines. En op de dag dat mijn vader overleed, stond dit op nummer 1 in de top 40.
Volgend jaar is hij een kwart eeuw dood. Hij is negenentwintig geworden, dus over zes jaar heb ik hem ingehaald. Misschien ben ik dan zelf al moeder. En zo draait de hele boel gewoon door, terwijl hij stil blijft staan. Er is één ding wat nooit zal veranderen: ik zal me er altijd over blijven verbazen.










